Docentenhandreiking
Inleiding
Je zit in het onderwijs. Je wil bij jou op school aan de slag met thema’s als racisme en het Nederlandse kolonialisme en slavernijverleden. Je vraagt je af hoe of waar hiermee te beginnen. Het antwoord is: hier!
Deze docentenhandreiking helpt iedereen die op school (institutioneel) racisme wil herkennen, bespreekbaar wil maken en wil tegengaan. De didactische strategieën en praktische handvatten in deze handreiking houden rekening met de uiteenlopende ervaringen van leerlingen en docenten. Zo werken we samen aan een bewuste, veilige en inclusieve leeromgeving voor kinderen en volwassenen.
Als geheel vormt de handreiking een uitnodiging om samen te leren en te reflecteren, en zo bij te dragen aan onderwijs waarin iedereen wordt gezien en gehoord.
Onderaan deze pagina kan de gehele docentenhandreiking gratis worden gedownload.
1. Waar sta jij?
Je vindt het belangrijk om in de klas te praten over racisme, kolonialisme, het Nederlandse slavernijverleden, onrechtvaardigheid en ongelijkheid. Maar misschien lijken deze onderwerpen (te) gevoelig te liggen of (te) ingewikkeld te zijn, zeker als je werkt met jonge leerlingen. Misschien maak je je zorgen over mogelijke reacties van leerlingen, ouders en collega’s. Misschien wil je wel over racisme praten, maar vermijd je dat uit angst om iets verkeerds te zeggen of te doen. Juist daarom hebben we deze handreiking gemaakt: om jou handvatten te bieden om te starten of verder te gaan met het herkennen en bespreken van racisme in de klas.
1.1 Samen leren over racisme
Met deze handreiking krijg jij, als docent of begeleider, meer inzicht in wat racisme precies is, waarom het zo belangrijk is om erover te praten op school en hoe je dat zo goed en veilig mogelijk doet. Je leert productieve, open gesprekken te voeren in de klas, oog te hebben voor leerlingen die tegen racisme aanlopen, en samen met jouw leerlingen en collega’s te groeien in eerlijkheid, vertrouwen en begrip.
Je leert hier ook waarom het juist nú belangrijk is om deze onderwerpen aan te pakken. Met tips om praten over racisme makkelijker te maken en gesprekken over racisme te begeleiden, lukt het ook jou om een fijne en zo veilig mogelijke omgeving te creëren. Eentje waarin iedereen de gelegenheid krijgt om te praten over verschillen, vooroordelen en ongelijkheid. Met uitleg van belangrijke termen, voorbeelden uit de praktijk en suggesties voor boeken en video’s, gaan jij en je leerlingen dingen leren en soms ook afleren.
Nog even dit: het is echt niet nodig om alles precies te weten. Je hoeft niet perfect te zijn. Het allerbelangrijkste is dat je aan de slag gaat, openstaat voor nieuwe informatie, leert van vergissingen en daarbij onthoudt dat je steeds opnieuw kan beginnen. Haal even rustig adem op momenten dat het lastig of vermoeiend voelt. Je bent niet alleen! Stappen naar een inclusieve klas, school en samenleving zetten we met elkaar. Je kan het!

2. Uitgangspunten van deze handreiking
Deze handreiking baseert zich op overweldigend wetenschappelijk onderzoek dat aantoont dat racisme structureel voorkomt in onze samenleving. Ook in het onderwijs. Racisme is geen kwestie van mening of politieke voorkeur. Het is een schending van mensenrechten en een volksgezondheidscrisis. Bovendien komt racisme overal voor: niet alleen in de publieke sector en het bedrijfsleven, maar dus ook op school. Racisme is niet alleen voor volwassenen een probleem. Veel Zwarte leerlingen en leerlingen van Kleur ervaren de gevolgen van racisme als dagelijkse realiteit. Alleen al daarom is het van essentieel belang dat onderwijs er actief aandacht aan besteedt. Docenten spelen hierin een cruciale rol. Naast het steunen van leerlingen die geraakt worden door racisme, is het hun taak om álle leerlingen te leren inzien hoe racisme werkt. Het is aan docenten om duidelijk te maken hoe de ongelijkheid die ten grondslag ligt aan racisme ontstaat en in stand…
2.1 Waar komt racisme vandaan?
Racisme doet zich op vele manieren voor en zit diep verweven in de Nederlandse geschiedenis, cultuur en maatschappij. Hierdoor is het soms moeilijk om racisme te herkennen. Dat wil niet zeggen dat racisme in Nederland niet bestaat of dat het hier minder schadelijk is. De impact van racisme is er altijd. Doen alsof racisme niet bestaat en er niet over praten, is op zichzelf al racistisch en zorgt ervoor dat racisme in stand blijft en voortduurt. Juist door gesprekken over racisme aan te gaan, zet je verandering in gang. Hoe je dat kunt aanpakken, lees je ook in deze handreiking. De oorsprong van Nederlands racisme jegens Zwarte mensen ligt grotendeels in het slavernijverleden en kolonialisme. De gevolgen hiervan werken tot op de dag van vandaag door, bijvoorbeeld in hoe mensen worden bekeken en bejegend. In het verleden heeft Nederland wereldwijd meer dan dertig gebieden gekoloniseerd of bezet. Dit gebeurde ten tijde van de slavernij en in de periode van kolonialisme.
In Suriname, het Caribische gebied (Curaçao, Aruba, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius, Saba) en Zuid-Afrika bedreef Nederland zo’n 300 jaar lang mensenhandel. Mensen werden tot slaaf gemaakt en gedwongen aan het werk gezet, onder gruwelijke omstandigheden. In het Indisch Oceanisch gebied (Indonesië) was ongeveer 400 jaar sprake van vergelijkbare praktijken. Hier ging het om tussen de 660.000 en 1.135.000 mensen. In het Atlantisch gebied transporteerde en verkocht Nederland tussen de 550.000 en 850.000 tot slaaf gemaakten. Daarnaast werden vele generaties mensen geboren in slavernij. Deze kinderen werden automatisch als bezit beschouwd en systematisch ingezet in het systeem van uitbuiting en onderdrukking. Tot slaaf gemaakte mensen werden gedwongen om op plantages suikerriet, koffie, zout, cacao en tabak te produceren voor Nederlandse handelaren. Slavernij ontkende hun menselijkheid en ontnam hen fundamentele rechten.
Tot slaaf gemaakten werden gereduceerd tot handelswaar en objecten. In totaal zijn miljoenen mensen ontvoerd, gekocht en verkocht, en blootgesteld aan extreme wreedheid, waaronder mishandeling, verkrachting en moord. Hoewel vooral rijke Nederlanders direct betrokken waren bij de handel in tot slaaf gemaakte mensen en het in stand houden van slavernij, profiteerde de hele Nederlandse samenleving. Slavernij droeg bij aan een stijging van de werkgelegenheid, de productie en bouw van allerlei goederen en gebouwen en algehele welvaart, ook voor Nederlanders die niet tot de elite behoorden.
2.2 Doorwerking van het verleden
Racisme heeft zich vanaf de trans-Atlantische slavernij ontwikkeld tot een complex en hardnekkig probleem dat zich op uiteenlopende manieren manifesteert. Wetgeving uit de slavernijperiode, het gebruik van racistische terminologie en de normalisering van uitsluiting en ongelijke behandeling van Zwarte mensen hebben geleid tot ingesleten patronen van alledaags racisme die zich blijven herhalen. Om dit tegen te gaan is het van essentieel belang om aandacht te besteden aan de doorwerking van het slavernijverleden, en om de impact van deze geschiedenis te leren begrijpen en erkennen.
Op 19 december 2022 bood voormalig premier Mark Rutte officieel excuses aan voor de rol van de Nederlandse overheid in de trans-Atlantische slavernij en slavenhandel. In zijn toespraak citeerde hij de Amsterdamse kunstenaar Serana Angelista: “Achter het slavernij-verleden staat geen punt, maar een komma.” Op 1 juli 2023 bood ook de koning excuses aan voor het Nederlandse slavernijverleden en vroeg hij om vergiffenis.
Omdat de gevolgen van het Nederlandse kolonialisme en slavernijverleden nog altijd voelbaar zijn in de huidige samenleving, ligt de nadruk in deze handreiking op anti-Zwart racisme. Tegelijkertijd worden ook de ervaringen van andere mensen van Kleur meegenomen. Hun verhalen verschillen, maar vertonen ook belangrijke overeenkomsten. Door ruimte te maken voor inclusiviteit en door actief te zoeken naar verbinding, leren we samen wat nodig is om racisme te bestrijden.

Tip!
3. Belang voor het onderwijs
Of je klas nu grotendeels bestaat uit Zwarte leerlingen, leerlingen van Kleur, Witte leerlingen of een mix: het is zaak om een ruimte te bieden waarin racisme besproken kan worden. Racisme speelt zich immers af op het schoolplein, in de klas, op sociale media en in het dagelijks leven van veel leerlingen. Als je herkent op welke manieren racisme zich voordoet, ben je beter in staat om er écht iets aan te doen.
3.1 Angst en ongemak overwinnen
Hoe krijg je jezelf zover dat je gesprekken over racisme durft te beginnen? Waarom voelen veel mensen die het bestrijden van racisme belangrijk vinden toch aarzeling om erover te praten? En om welke redenen gaan zij het onderwerp liever uit de weg?
Wat meespeelt is dat gesprekken over racisme vaak stuiten op weerstand bij andere (meestal Witte) mensen, zoals collega’s, vrienden en familie. Daarnaast twijfel je misschien of je wel voldoende bent geïnformeerd om deze onderwerpen aan te snijden. Ook maakt de manier waarop racisme in de media in beeld komt het soms nog moeilijker om erover te beginnen.
Dit zijn realistische obstakels en begrijpelijke uitdagingen. Toch zijn wij ervan overtuigd dat volhouden je niet alleen veel oplevert, maar de enige weg vooruit is in de strijd die obstakels te herkennen en je de moed geeft om je over moeilijke gevoelens heen te zetten. Met onderbouwde kennis, meer zelfvertrouwen en hernieuwde motivatie kan je gesprekken over racisme wél aangaan.
3.2 Fouten maken
Racisme is een complex en gevoelig onderwerp. Als je het wil aankaarten, maak je onvermijdelijk fouten. Dat hoort erbij, laat je er niet door ontmoedigen. Je hoeft het niet perfect te doen en je kan steeds blijven leren. Kijk kritisch naar jezelf, sta open voor feedback en neem verantwoordelijkheid waar nodig. Zo geef je niet alleen het goede voorbeeld aan je leerlingen, maar ben je ook eerlijk tegen jezelf. Daarmee lever je al een eerste bijdrage aan de strijd tegen racisme.
3.3 Nooit te jong om te leren
Een veelgehoord idee is dat kleine kinderen te jong zijn voor lessen over racisme. Maar onderzoek laat zien dat kinderen al tussen hun tweede en vierde levensjaar onbewuste vooroordelen ontwikkelen. Vaak hebben leerlingen op de basisschool al voorkeuren en nemen ze stereotype beelden over. Dit betekent dat ze verschillen in etniciteit en huidskleur onderscheiden en er onbewuste ideeën aan koppelen. Het is daarom des te belangrijker om onderwerpen als racisme en vooroordelen al op jonge leeftijd onder de aandacht te brengen. Hoe eerder, hoe beter. De vraag is niet of, maar hoe.
De keuze om wel of niet over racisme te praten is ook een kwestie van privilege. In (vaak Witte, bevoorrechte) kringen waar het idee leeft dat kleine kinderen ‘te jong’ of ‘te onschuldig’ zijn om over racisme te leren, wordt voorbijgegaan aan het feit dat alle kinderen opgroeien in een wereld met racisme. Vooral Witte ouders en verzorgers zeggen het niet noodzakelijk te vinden om kinderen uit te leggen wat racisme is en wat Wit-zijn betekent in onze wereld. Bij Zwarte gezinnen en gezinnen van Kleur ligt dit anders. Veel van hen voelen zich gedwongen om kinderen al vroeg voor te bereiden op mogelijk racisme. Gesprekken die zij voeren met hun kinderen gaan vaak over veiligheid en bescherming, interpersoonlijke omgangsvormen en scenario’s voor interacties met politie en andere autoriteiten.
Uiteindelijk krijgt ieder kind, bewust of onbewust, ongeacht afkomst of achtergrond, vroeg of laat te maken met vooroordelen. Het is van belang dat kinderen zich veilig voelen op school zodat zij erover kunnen praten. Leraren en onderwijzers hebben tot taak om de ervaringen van elke leerling serieus te nemen. Zij dragen de verantwoordelijkheid om alert te zijn en in te grijpen bij vooroordelen en discriminatie. In de klas horen alle kinderen zich gezien en gesteund te voelen, zodat zij vrij zijn om te leren, te groeien en zich te ontwikkelen. Met deze handreiking leer je hoe we zo’n plek samen kunnen creëren!
3.4 Afkomst, huidskleur en etniciteit
Veel van de informatie in deze handreiking is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek uit de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. Dit wil niet zeggen dat racisme vooral of alleen daar een probleem is. Juist ook in Nederland zijn racisme en discriminatie hardnekkige en structurele problemen. In Nederland is lange tijd relatief weinig geïnvesteerd in onderzoek en beleid op dit gebied. Pas in de laatste jaren is er meer aandacht en financiële steun gekomen voor zowel wetenschappelijk onderzoek als de praktische aanpak van racisme en discriminatie.
De kennis en oefeningen in deze handreiking zijn aangepast aan de situatie in Nederland. Daarom gebruiken wij voor de Engelstalige termen race en racial equality bewust geen letterlijke vertaling. In plaats daarvan kiezen wij voor ‘afkomst, huidskleur en etniciteit’ en gelijkwaardigheid van mensen met verschillende achtergronden. Daar hebben we meerdere redenen voor. ‘Ras’ is een sociaal en historisch construct. Het is geen biologische werkelijkheid, maar een door mensen bedacht idee. De term heeft diepe sporen in systemen die mensen ongelijk behandelen op basis van huidskleur of afkomst.
We willen dit bedachte onderscheid tussen mensen niet versterken, maar juist doorbreken. Voor veel Zwarte mensen klinkt het woord ‘ras’ bovendien vernederend en beledigend. Alleen dat is al genoeg reden om het woord niet te gebruiken.
3.5 Antiracisme en gelijkwaardigheid
In gesprekken over antiracisme en het streven naar gelijkwaardigheid tussen mensen van verschillende achtergronden, lopen de termen soms door elkaar. Begrijpelijk, ze lijken op elkaar, maar toch betekenen ze niet hetzelfde. Wat is het verschil tussen antiracisme en gelijkwaardigheid?
Antiracisme houdt in dat je racisme herkent én actief ingrijpt wanneer je met racisme wordt geconfronteerd, of het nu gaat om een opmerking in de klas, een grap op het schoolplein of uitsluiting bij een groepsproject. Ook gaat het over uitspreken of ingrijpen bij onderadvisering, stereotypering in lesmateriaal, discriminatie bij werving en selectie of andere uitingen van racisme binnen het onderwijssysteem. Dus niet alleen zichtbare incidenten of gedrag van individuen aanpakken, maar ook minder opvallende patronen in systemen.
Streven naar gelijkwaardigheid gaat nog een stap verder. Dat betekent dat je je inzet om de systemen, structuren en denkpatronen te herkennen die alle vormen van ongelijkheid in stand houden, ook als er op het eerste gezicht niets ‘mis’ lijkt. Het is een actieve houding waarbij je niet alleen reageert op onrecht, maar ook bijdraagt aan het creëren van een rechtvaardige omgeving waarin élke leerling zich veilig en gezien voelt, ongeacht genderidentiteit, seksuele diversiteit, religie, beperking, afkomst of huidskleur. Het vraagt een bewuste inzet om rechtvaardigheid en gelijke kansen te bevorderen, in én buiten het klaslokaal. In het volgende deel van de handreiking leer je hoe je hier actief aan werkt. Het is een proces met een route: van kijken naar wat je al weet en doet, naar een solide basis leggen voor je lespraktijk, om van daaruit in de klas met je leerlingen door te leren en te groeien. Laten we samen verder gaan!

4. Begin bij jezelf
Een noodzakelijke eerste stap in werken aan antiracisme is stilstaan bij jezelf. Dit deel van de handreiking draait daarom om zelfreflectie, wat inhoudt dat je de tijd neemt om na te denken over je eigen ideeën en gedrag. Hoe zie jíj onderwerpen als ongelijkheid, uitsluiting en racisme eigenlijk? Wat weet je al? Wat doe je met die kennis? Waarover zou je meer willen leren?
4.1 Oefening voor zelfreflectie
De Amerikaanse docent en antiracisme-trainer Jane Elliott ontwierp een vragenlijst (“Commitment to Combat Racism”) om mensen aan het denken te zetten over racisme. Wij hebben deze vragenlijst aangepast voor docenten en leerlingen in Nederland. Je kunt je door de oefening in de handreiking laten begeleiden op deze ontdekkingsreis.
Neem rustig de tijd om na te denken over elke vraag. Er zijn geen goede of foute antwoorden. Het gaat niet om prestatie of score. Het gaat erom dat je eerlijk bent tegen jezelf, zodat je meer te weten komt over jezelf.
4.2 Antiracisme en jij
Opkomen tegen racisme houdt in dat je altijd goed blijft nadenken over jezelf. Wat is je doel met je werk aan antiracisme? Wat zijn je beweegredenen? Over welke zaken voel je je onzeker? Welke aspecten kun je verder ontplooien? Houd daarbij steeds in gedachten dat het bij antiracisme niet gaat om je beter voelen over jezelf, maar om racisme tegengaan – in de samenleving én in jezelf. Dus niet om schouderklopjes voor jezelf, maar om doen wat juist is.
Antiracisme betekent dat je inziet hoe oneerlijk sommige dingen gaan in de wereld, hoe jij onbewust en ongewenst beïnvloed bent door racisme, en dat je racisme (deels) geïnternaliseerd hebt. Antiracisme houdt in dat je bewust onderzoekt hoe diep anti-Zwart racisme geworteld is, ook in jezelf. Daar hoort bij dat je bereid bent om dingen aan én af te leren, zodat je stappen kunt nemen om racisme echt aan te pakken.
Werken aan antiracisme is niet makkelijk. Je ontdekt soms iets over jezelf of over de wereld dat confronterend voelt of je een schuldgevoel geeft. Dit kan pijnlijk en verwarrend zijn, maar het hoort erbij. Zulke gevoelens en ontdekkingen zijn een belangrijk onderdeel van het bewustwordingsproces. We kunnen de dingen om ons heen alleen veranderen als we ook eerlijk naar onszelf durven kijken.
Bovendien: je staat er niet alleen voor! Om je heen zijn er andere mensen, activisten, schrijvers en BN’ers die al strijden tegen racisme en ongelijkheid. Veel van wat jij voelt en ontdekt hebben zij ook meegemaakt. Luisteren naar hun verhalen kan je steun geven en helpen om samen verder te komen.
Iedereen kan meedoen, dus jij ook! Je draagt bij door meer te leren, alert te blijven en je uit te spreken. Maak keuzes vanuit een gezamenlijk streven naar rechtvaardigheid voor iedereen.
4.3 Maak het waar: vier praktische stappen
Nu je een beeld hebt van hoe je er zelf voor staat, is het tijd om theorie en praktijk dichter bij elkaar te brengen. Hieronder vind je vier praktische stappen voor een concrete basis die berust op zelfkennis en persoonlijke groei. Dit zijn ze:
- Stap 1: Herken je eigen (onbewuste) vooroordelen
- Stap 2: Omgaan met je eigen gevoelens en vooroordelen
- Stap 3: Luister naar andere meningen en verhalen
- Stap 4: Stel kritische vragen aan jezelf
Opdrachten
Let op:
Nawoord
Beste docent,
Allereerst: hoe is je reis gegaan tot nu toe? Was het pittig of viel het mee? We zijn heel blij dat je hebt doorgezet. En we zijn extra blij dat jij, net als wij, wil bijdragen aan een racisme-vrije toekomst. Als docenten hebben we hier een belangrijke rol in. Niet alleen zien leerlingen in veel gevallen ons vaker dan hun opvoeders, maar we geven mede vorm aan de toekomst van dit prachtige land.
Dit vraagt veel inzet van ons. Maar het alternatief, een racistische samenleving die mensen uitsluit, is voor ieder beschaafd mens en land gewoonweg onacceptabel. Als we racisme willen herkennen en afleren moeten we openstaan voor onze eigen blinde vlekken. Geen land of mens komt ongeschonden uit honderden jaren slavernij en kolonialisme zonder nazorg voor de benadeelden en een diepgaande zorgvuldige zelfbeschouwing. Deze doorwerking in de vorm van anti-Zwart racisme en kansenongelijkheid kunnen we niet wegknuffelen of wegpolderen. En ‘gezellig’ kan het helaas niet altijd zijn. We hopen dat deze handreiking heeft kunnen bijdragen aan je bewustwording en weerbaarheid. En bovenal hopen we dat wij in de nabije toekomst, net als je leerlingen, van jou kunnen leren.
Dankwoord
Deze Docentenhandreiking is een initiatief van beweging Nederland Wordt Beter en Wit aan Zet en is opgesteld door onderwijsprofessionals en docenten. Met dank aan Liesbeth Wiering, Tess Kirby, Ulrich Esajas, Tino Ruijs, Josefien Terburg, Kat Bentley en Eva Remmelts onder leiding van Jerry Afriyie. Docentenhandreiking is geredigeerd door Milouska Meulens en grafisch ontworpen door Lydienne Albertoe en Raul Balai. Met dank aan Menah Wellen voor de BLM-tekeningen.
De volgende organisaties hebben input geleverd en/of ons geïnspireerd: IZI Solutions, The Black Archives, Zetje In, LAKS, Bureau Common Ground en Stadslab. Wij danken een ieder die heeft meegelezen en input heeft geleverd voor deze Docentenhandreiking, onder wie: Sunny Bergman, Roelof Jan Minneboo, Raul Balai, Dionne Abdoelhafiezkhan, Naomi Nagtegaal, Jillian Emanuels, Miguel Heilbron, Lulu Helder, Tamara van Bakel, Stasja van Droffelaar, Laura Jonis, Joep Jacobs, Elijah Alvares, Cees Luckhardt, Silas Hafkamp, Bram Eidhof, Jessica Pootjes, Roxanne Veira, Joëlle Terburg, Koen Lucassen, Daphne Acoca, Sigi Samwel en Cas Versluijs.
Deze handreiking is mede-mogelijk gemaakt door het VSBfonds.
“Als we vandaag onderwijzen zoals gisteren, beroven we onze kinderen van morgen.”





